100313 Gedichtendag: prijsuitreiking op 28 januari 2010

Poëzie hoeft niet te rijmen om te slijmen. Te vragen om te klagen. Te geven om te nemen. Poëzie hoeft niet duidelijk te zijn, voor groot en klein. Hoeft niet te bestaan, helemaal vooraan. Poëzie hoeft niet te worden geschreven, maar moet leven.
Veel mensen denken bij gedichten meteen aan zeemzoeterig geleuter, aan onbegrijpelijke woorden, en… aan rijmen. Als je een eenvoudig individu vraagt naar wat een gedicht volgens hem moet bevatten, antwoordt hij: ‘Euhm… het moet rijmen zeker?’.
Of een gedicht nu al dan niet moet rijmen, daar ga ik mij niet over uitspreken. Bekijk maar eens gedichten van grote schrijvers, zoals Hugo Claus of Simon Vinkenoog, en je zult opmerken dat er twee voorname voorwaarden zijn (N.B. let op de alliteratie en assonantie van voorname en voorwaarden): ten eerste, het moet je meesleuren in een zee van emoties of met andere woorden het moet je raken. En ten tweede moet het klinken (al dan niet met rijm).
In ieder geval, voor de poëet en ook de filosoof in ieder van ons, was donderdag 28 januari de jaarlijkse gedichtendag. Een dag om even alle woorden die in ons schuilen uit te kramen en om er vervolgens over te redetwisten.
In feite is iedereen een dichter. Iedereen kent wel enkele eenvoudige rijmpjes. En ja: zelfs dat is poëzie. Maar om je woorden te tonen werd er, weliswaar voor de eerste keer, een poëziewedstrijd georganiseerd vanuit onze stad Herentals. Een wedstrijd waarin diepzinnige jongeren poëzie als uitlaatklep konden ervaren.
Talloze gedichten werden ingezonden voor deze wedstrijd. Uiteindelijk werden er tweeëntwintig geselecteerd en vervolgens werden de negen ‘beste’ bekendgemaakt.
Door de complexiteit en de subjectiviteit van gedichten lijkt het mij enorm moeilijk om ze te beoordelen.
Maar goed, ik moet toegeven dat er heel wat jong talent tussen zat…
Bij de aanvang van de dag waren er nog niet veel mensen op de hoogte van de nationale (of internationale) gedichtendag. Maar daar kwam al gauw verandering in toen  plots de gedichten van de laureaten aan de deuren van lokalen verschenen. In de loop van de schooldag bleef poëzie vrijwel onbesproken. Tot de avond viel. Om half acht ’s avonds begon een poëzieavond in het ‘Hertalse’ cultuurcentrum ‘t Schaliken. Een orgie van woorden is misschien wel de beste vergelijking voor die avond.
Als opwarmertje moesten de laureaten hun gedicht expressief voordragen (later op de avond zouden ze de uitslag vernemen). Daarna trakteerde meneer Lintermans ons op zijn sonnettenkrans met als onderwerp: onze stad Herentals. Hierna betrad een Engelsman het podium met de ziekte van Parkinson. Parkinson is een hersenziekte waarbij de zenuwcellen afsterven met als gevolg dat je motorische vaardigheden steeds achteruitgaan. Of met andere woorden je ledematen steeds trillen, je geen grip meer hebt, enzovoort. De man was sinds zijn ziekte beginnen te dichten om daar kracht uit te putten. Als dat geen mooi voorbeeld is van poëzie als een uitlaatklep. Hij beschreef zijn verblijf in het ziekenhuis van Herentals en hoe het voelde om een Parkinsonpatiënt te zijn. Na deze, toch schrijnende, maar intieme vertoning, besteeg een heel ander kaliber het podium. Hij werd aangekondigd als een BV, maar ik moet eerlijk toegeven dat ik nog nooit van die man had gehoord. Hij was een hardrocker die in dialect zijn gedichten voorlas. Och ja, op zich was het eigenlijk wel grappig…
In ieder geval, de avond vloog voorbij. En dan te bedenken dat ik niet zoveel zin had om te komen (die dag was het de finale van ‘De slimste mens’, weet u nog). Zelfs tijdens de pauze kon je je niet vervelen.  Een countrybandje zorgde voor de nodige sfeer terwijl er enkele dichters aan ‘tafelpoëzie’ deden.
Het was een boeiende avond en geloof me, er zijn genoeg culturele activiteiten in Herentals. Het is nu aan ons om ze te ontdekken. Ik kan alleen maar besluiten dat de gedichtenavond een stapje in de goede richting was.
Om het even, poëzie doet leven…
Helena Van Hoolst (4LAB)
Advertenties